•  
  • Producten
  • Oplossingen
  • Actueel
  • Services & Tools
  • Trainingen & Events
  • Over ons
  • Werken bij Hager

Elektriciteit, gas, warmte; er is niet één winnaar

Uit de reacties van de bezoekers na afloop van de Hager Update, tijdens het diner, bleek al snel dat de mensen flink aan het denken waren gezet. Tekst: Rob van Mil

Hager Update zet aan het denken over all-electric

Wie vooraf dacht dat we in volle vaart op ‘all-electric’ zouden overstappen, was ineens minder overtuigd. En wie van mening was dat waterstof uiteindelijk de winnaar wordt, begreep nu wel dat dit technisch en financieel nog lang niet haalbaar is. De sprekers tijdens deze Hager Update op 25 september jongstleden hadden de professionals flink aan het denken gezet.

Jan Willem van de Groep

“De essentie van mijn verhaal”, zo begon Jan-Willem van de Groep, “is om te laten zien waarom jullie overbodig worden. Dat is overigens geen doel op zich, maar dat is onvermijdelijk door de wijze waarop de bouwwereld de verduurzaming gaat uitvoeren.”
Met deze uitspraak gooide hij bij Hager de knuppel in het hoenderhok, dat vol zat met elektrotechnische installateurs en systeem integratoren. Van de Groep is medeoprichter van Factory Zero en was de afgelopen 8 jaar intensief bezig met de Stroomversnelling, het project om woningen naar nul-op-de-meter te krijgen. Met Factory Zero doet hij dit momenteel met een aantal partners op industriële wijze.
“Wij maken een prefab renovatiesysteem waar alle installatietechniek inzit om een woning nul-op-de-meter te maken. Dat systeem verkopen we rechtstreeks aan aannemers. Op de bouwplaats zijn praktisch geen vakmensen meer nodig.”
Kostprijs veel te hoog
De reden dat Factory Zero deze aanpak kiest, is omdat zij van mening is dat de bouw veel te dure spullen maakt. Bovendien is de arbeidsproductiviteit van de bouw de afgelopen decennia vrijwel niet gestegen, waardoor de kostprijs de pan uit vliegt. “Dit is de grote bottleneck als we de energietransitie willen versnellen. De industrialisatie in de bouw is nog te beperkt. Terwijl die innovatie de sleutelrol vervult als we naar CO2-reductie willen.”

Factory Zero werkt daarbij met een all-electric klimaatsysteem, waarbij de warmtepomp voor verwarming en warm tapwater zorgt. “De eerste renovaties van woningen naar energie-0 hadden een kostprijs van 60.000 euro. Er is geen particulier die dergelijke prijzen gaat betalen. Ook corporaties kunnen dit, met uitzondering van een pilot of proefproject, niet doen. We moeten daarom naar oplossingen om een woning energie-0 te krijgen voor een prijs van circa 30.000 euro. Dat is de waarde van de energierekening in 20 jaar.”

Van der Groep hoopt op, en verwacht veel van innovaties de komende jaren. “Ik hoor hele goed verhalen van infraroodpanelen. Regelgeving hindert de toepassing nog, maar het zou veel beter zijn als we in slaapkamers heel gericht met infraroodpanelen gaan verwarmen. Daarnaast zien wij dat er in de lucht/water-warmtepomp nog enorm veel ontwikkelpotentie zit. Wij denken dan ook dat de warmtepomp superieur is voor de energieconcepten in de toekomst.”
Werk op bouwplaats elimineren
Om de verduurzaming te laten slagen zijn volgens de oprichter van Factory Zero twee sporen cruciaal: industrialisatie en innovatie. “95 procent van het werk op de werkplaats willen we elimineren. Nu zijn vakmensen de kennisdrager op de bouwplaats. Maar dat verandert snel. Straks zijn apparaten en productiemiddelen de kennisdrager op de bouwplaats. Denk dan aan virtual reality-brillen of augmented reality.
Let op: industrialisatie betekent geen eenheidsworst. Van grote ondernemers als Henry Ford of Steve Jobs heb ik geleerd dat je nooit moet maken wat de klant vraagt, want dat zijn de oplossingen van vandaag en gisteren.”

“Overigens”, zo besloot Van de Groep zijn verhaal, “denk ik niet dat vakmensen zoals installateurs volledig overbodig worden, maar wel een hele andere rol krijgen. In service en onderhoud zijn zeer goed opgeleide, multidisciplinaire specialisten nodig; mensen die de automatisering en programmering begrijpen, maar die ook met koelvloeistoffen en cv-toestellen overweg kunnen. Daar ligt jullie uitdaging.”

Energie opslaan in moleculen

Na de duidelijke keuze voor ‘all-electric’, waarmee Factory Zero werkt, ging de aandacht naar waterstoftechnologie. Mascha Smit, lector duurzame energie aan de Hogeschool Arnhem Nijmegen (HAN), doet al langere tijd onderzoek naar onder meer de kansen van waterstof. Na haar constatering dat Nederland triest en troosteloos achterloopt in Europa bij het behalen van de verduurzamingsdoelen, benoemde zij de mogelijkheden die wij als land wel hebben. Wind op zee is volgens haar steeds rendabeler, ook zonder subsidie. Tegelijk is een volledige elektrificatie van Nederland zeer kostbaar en daardoor praktisch onmogelijk.

“Ons elektriciteitsnet is ontworpen voor eenrichtingsverkeer. Met de huidige teruglevering van zonnepanelen, met lokale opslag, en de inpassing van elektrische auto’s, gaan we onze netten zo sterk belasten dat netverzwaring essentieel is. Dat kost extreem veel geld. Daarom zijn oplossingen voor lokale opslag en buffering van energie wenselijk en waarschijnlijk ook onmisbaar”, vertelde Smit. “De beste en eenvoudigste manier om elektriciteit over een lange tijd op te slaan, is in moleculen. Waterstof is dan het meest praktisch. Alleen moeten we waterstof produceren; een gas dat niet vrij in de natuur voorkomt. De beste productiemethode is met duurzaam opgewekte energie. Japan trekt heel erg hard aan waterstoftechnologie.
Overigens denk ik niet dat waterstoftechnologie de batterijtechnologie zal vervangen. Beiden hebben een functie in het energiesysteem. Ze blijven naast elkaar bestaan.”
Waterstof op wijkniveau
Uit berekeningen die Mascha Smit en haar onderzoeksteam uitvoerde of die internationaal zijn uitgevoerd, blijkt dat je schaalgrootte nodig hebt om opslag van waterstof - en van daaruit de elektriciteitsopwekking - rendabel te maken.

“Energiecentrales op waterstof van 2 MW lijken voor nu een haalbare schaalgrootte te hebben. We hebben onderzoek gedaan naar kleinschalige opslag – bijvoorbeeld voor een woning - in combinatie met warmtekrachtkoppeling met waterstof, maar dat is te duur. Ook nog in 2030, zo is onze verwachting.
Per wijk kan waterstof wel een rendabele oplossing zijn.” In antwoord op vragen zegt Smit nog wel dat waterstof in de woning of de gebouwde omgeving niet per definitie gevaarlijker is dan aardgas. Dat onderdeel is wel onder controle. Het is meer de technologie die voorlopig te kostbaar is.

Onze verantwoordelijkheid nemen

Het verhaal van Mascha Smit sloot vrijwel naadloos aan op de presentatie van Marco Bijkerk, manager innovatieve technieken bij Remeha. Het bedrijf dat bekend is van de cv-ketels, is tegenwoordig leverancier van alle soorten klimaatinstallaties. Denk dan ook aan micro-warmtekrachtkoppeling en diverse soorten warmtepompen op elektriciteit en gas.
Bijkerk begon met het breder trekken van de discussie. “Het gaat om veel meer dan een energietransitie. Het draait om verantwoordelijkheid nemen. Alleen al voor onze installaties stoot een gemiddeld huis 5000 kilogram CO2 per jaar uit. Daar moeten we vanaf. Dus hoe wekken we 58 kWh per persoon per dag op? Met zon, wind en water. Die bronnen zijn ruim voldoende om de hele aarde vele malen in onze energiebehoefte te voorzien. Er is dus geen energieprobleem, maar een energiemanagementprobleem.”

Bijkerk is, zacht gezegd, geen fan van de huidige wijze waarop we nul-op-de-meter als verduurzamingsoptie zien. “Bij die aanpak vergeten we voor het gemak even hoe het echt zit.
In de zomer dumpen we een overvloed aan stroom op het net waarvoor we geen bestemming hebben. En in de winter kopen we allemaal stroom uit gas- en kolencentrales. En dat noemen we energieneutraal. Voor mij is de salderingsregeling een stimulering voor carbonisering. Wij hebben metingen gedaan en slechts 20 procent van de elektriciteitsbehoefte van een warmtepomp per jaar kun je uit pv-panelen halen, ongeacht hoeveel je er op je dak legt. 80 procent van de stroom komt dus uit gascentrales. Dat betekent dat, als ik een woning all-electric maak, dat hij een 3,5 keer beter rendement moet hebben dan wanneer je de woning direct met een hr-ketel verwarmt.”
Energiedrager versus energiebron
Wat Bijkerk het meeste stoort in de huidige verduurzamingsdiscussies is dat het steeds maar gaat om de vraag of we elektriciteit, gas of warmte moeten gebruiken.
“Maar gaat het ons nu om de energiedrager of gaat het ons om CO2-reductie? CO2 is het probleem! Wij maken in dit land ruzie om de drager, de vrachtwagen, maar we kijken helemaal niet naar de lading van die vrachtwagen. Het maakt niet uit welke drager ons de energie levert, want we kunnen ze allemaal schoon maken. Daarom moet de bron van de energie schoon zijn.”

“De grote uitdaging zit hem in de opslag. Zijn we in staat om energie een seizoen of een half jaar op te slaan. Zoals Mascha Smit al zei: dat kan alleen met moleculen. Dat kan waterstof zijn, maar ook synthetisch gas. Met waterstof en CO2 kunnen we water en methaan maken. En methaan lijkt veel op ons aardgas. Dat kunnen we redelijk eenvoudig verbranden in onze huidige gastoestellen. En dan gaat het mij niet om de gastoestellen, want Remeha verkoopt alle soorten energietoestellen. Maar wat wel erg belangrijk is, is dat wij een zeer efficiënte gasinfrastructuur hebben liggen. Deze is zo groot en omvangrijk dat het zonde is om dit af te danken. Zeker als we daarvoor in de plaats megabedragen gaan investeren in het verzwaren van ons elektriciteitsnet.
Bedenk wel dat transport van energie via het elektriciteitsnet tien keer zo duur is dan energie transporteren via het gasnet. En het transport van energie via warmte is op zijn beurt weer tien keer duurder dan via elektriciteit. Als je onderzoekers en experts vertelt dat wij in ons land de gebouwen van het gasnet willen afkoppelen, dan zeggen ze allemaal dat we gek zijn. Het gasnet is ons grootste asset. We moeten alleen zorgen dat we gas uit duurzame bronnen gaan gebruiken. Windmolens gaan synthetisch gas produceren. Dit heeft inmiddels al een hoger rendement dan de stroom die we ermee produceren. Maar ook duurzaam opgewekte elektriciteit past in de verduurzaming. En op sommige plaatsen is ook een warmtenet rendabel. We moeten alles combineren en zoveel mogelijk inpassen in onze huidige infrastructuur. Op die manier hoeven we niet miljarden uit te geven aan eenzijdige netverzwaring.”

Steeds strengere eisen

De laatste gastspreker met een boeiende bijdrage was Berto Boeve, adviseur bij Loohuis Energie & Installatie Advies. Het bedrijf maakt onderdeel uit van totaalinstallateur Loohuis Installatiegroep met 500 medewerkers in Nederland en Duitsland.

“Al in 2015 realiseerden wij een aantal energie-0-woningen. Daarmee hebben we veel ervaring opgedaan. Maar zoals de vorige sprekers al aangeven, de energie-0-woning van een aantal jaar geleden is natuurlijk niet echt duurzaam. Als in 2020 de BENG, de nieuwe wetgeving, wordt ingevoerd, dan gaat er veel veranderen. De BENG stelt een stuk zwaardere eisen. Zo moet de schil zodanig geïsoleerd zijn dat er nog maar een energiebehoefte van 25 kWh per m2 is. Maar dat is niet de enige eis. Ook het primaire energiegebruik mag niet hoger zijn dan 25 kWh per m2. Daar bovenop moet een woning ook aan de eis van 50% hernieuwbare energie voldoen. Je kunt dus geen keuze maken. Je moet aan alle drie deze eisen voldoen. Dat wordt echt een hele uitdaging”, vertelde Boeve.
Bewoners enthousiast houden
“In ons concept passen wij warmteterugwinning toe voor de ventilatie, een warmtepomp voor verwarming en tapwater, en pv-panelen voor duurzame energieopwekking. Met die combinatie kunnen we aan de eisen voldoen, maar dan moeten we het echt goed uitvoeren. Voor renovaties naar energie-0 wordt het alsnog een uitdaging hoor. Niet alleen technisch, of qua kosten, maar ook om bewoners mee te krijgen en enthousiast te houden”, zo heeft Boeve gemerkt.

“In het algemeen zijn er twee onderdelen die een sleutelrol vervullen. Als je die kunt tackelen, dan heb je 90 procent van een succesvolle verduurzamingsoperatie in de hand. De eerste is de regeling. Mensen zijn een simpele thermostaat gewend. Met de nieuwe klimaatconcepten introduceren we nieuwe thermostaten en soms ook automatisering die een stuk lastiger uit te leggen en te bedienen zijn. Mensen gaan ook van eenvoudige ventilatieroosters naar vaak geavanceerde wtw-ventilatie met CO2-sensoren.

Het tweede aspect is geluid. Een warmtepomp kan veel geluid produceren. Zet de buitenunit niet naast het slaapkamerraam, dat is vragen om ellende. Kies ook een modulerende warmtepomp in plaats van een goedkopere splitunit. Die laatste draait altijd op vol vermogen en produceert gewoon te veel geluid. Vaak lastig om de aannemer mee te krijgen, want hij wil altijd het goedkoopste. Maar wij gaan daarin niet mee.

Tot slot is monitoring erg belangrijk. Geef bewoners ook inzicht in hun verbruik. Uit onze ervaringen blijkt dat niet het energiegebruik van de installaties fluctueert, maar wel het huishoudelijk energiegebruik. Tussen dezelfde huizen zit soms een factor twee of drie verschil. Het is goed om de mensen daarop te wijzen, door duidelijk te maken wat hun installaties gebruiken en wat hun huishoudelijk gebruik is.”

Investeren in rijpe markttrends

Als afsluiting van het programma bedankte Michel Heijnekamp, market manager bij Hager, alle aanwezigen voor hun komst en actieve bijdrage aan de middag. Als uitsmijter gaf hij de mensen een paar innovatieve noviteiten mee.

Bijvoorbeeld het feit dat Hager samen met Audi - en speciaal voor de nieuwe Audi e-tron, de recent gelanceerde, volledig elektrische auto – nieuwe ‘laadpalen’ heeft ontwikkeld. “We mogen het eigenlijk geen laadpalen noemen, want het gaat veel verder dan dat. Het is een volledig nieuw concept voor load management, dat jullie binnenkort live kunnen gaan bekijken.”
Een andere ontwikkeling betreft energieopslag. Met de overname van het bedrijf E3/DC investeert Hager nadrukkelijk in opslagtechnologie. “Dit laat zien dat wij de ontwikkelingen nauwlettend volgen en op het moment dat wij het gevoel hebben dat een trend blijvend is, zullen wij daarin meteen investeren”, zegt Heijnekamp.

“Ook de sterk toenemende vraag naar kWh-meters, op echt allerlei terrein, heeft de afgelopen periode tot een aantal overnames geleid. Op die manier zorgen wij dat wij vooroplopen, maar wel in trends en activiteiten die zich naar een volwassen markt ontwikkelen.”

Met een diner en veel stof om na te praten werd deze Hager Update afgesloten.